 |
 |
|
 |
 |
prioritair gebied (aandachtsgebied)
Oneindige wijkoverleggen
Stichting (Wijkraad) Mafuganova Valkenbosch staat voor aanpak met tegelijkertijd doorpak van het prioritair gebied Weimarstraat en omgeving. Er zijn genoeg prioritaire zaken, die behandeld moeten gaan worden en wel op zeer korte
termijn. Het hele gebeuren inzake de oneindige wijk overleggen gaan te lang duren en er worden te veel bewoners (in verschillende opkomsten) erbij betrokken. Hierdoor ontstaan er te veel werkgroepen, die vervolgens weer hun eigen meningen
en goedbedoelde initiatieven naar voren brengen en dat resulteert weer in oneindige discussies waarin de eigen ik-vorm naar voren worden gebracht. Terwijl je wijk breed moet gaan denken om de wijk in zijn/haar totaliteit te verbeteren. Met als belangrijkste
element: Veiligheid en een verbeterde Leefomgeving. NB.: Bij de oneindige wijk overleggen loop je ook de kans op de mogelijkheid van het infiltreren van bepaalde personen, die andere
bedoelingen hebben. Wij krijgen meer het idee, dat de Gemeente Den Haag, te veel bezig is met andere zaken dan met het "echte" aanpak/doorpak van het prioritair
gebied: Weimarstraat en omgeving. We zijn dan lekker bezig (afgeleid) met Street art en andere zaken en de verplaatsing van coffeeshops uit het overconcentratie gebied naar andere wijken en/of Industriegebieden, ondermijning, slechte ondernemingsklimaat, verdichting,
eigenaren van bepaalde panden, enzovoort worden dan op de lange termijn gezet en hopelijk vergeten de bewoners en ondernemers het. En we gaan weer op de oude voet verder. Zoals de voorgaande jaren altijd het geval was. Dit valt onder de rubriek: "Verdeel en Heers"!
Aanpak/doorpak van prioriteiten!
Geen pleister plakken maar de veiligheid en leefbaarheid van het gebied Weimarstraat-Beeklaan blijvend verbeteren. De wijkmanager van het stadsdeel Segbroek. Hij werkt met Samen
voor een betere buurt aan de veiligheid en leefbaarheid in het gebied Weimarstraat-Beeklaan. Een buurt met verschillende problemen dat door de gemeente als prioritair gebied is aangemerkt. Ik vroeg hem hoe de
problemen worden aangepakt. Wat doet een Wijkmanager? Als wijkmanager regisseer je de verbetering van de leefbaarheid en veiligheid in gebieden. Ik kijk naar de problemen en kansen
voor de buurt: wijkeconomie, veiligheid en handhaving, jongerenwerk, participatie van bewoners en ondernemers, de aanpak van multi-probleemgezinnen en het op peil houden van de openbare ruimte. En wat zijn in dit gebied de aandachtspunten?
Het gaat dan met name om de Weimarstraat tussen de Beeklaan en de Valkenboskade, de Beeklaan (vanaf de Weimarstraat tot aan de Zevensprong) en alle straten daaromheen. Overbewoning, illegale kamerverhuur en situaties waar de bovenwereld en criminele onderwereld
samenkomen (ondermijning), de uitstraling en kwaliteit van de winkels en woningen, verkeersonveilige situatie zoals hardrijders en de overlast die ondermeer samenhangt met coffeeshops. Kortom, een heel scala aan serieuze problemen voor deze kansrijke buurt.
En hoe worden deze problemen aangepakt? Dit doen we samen met bewoners en ondernemers en vooral professionals. De
mensen van Stichting (wijkraad) Mafuganova Valkenbosch, BIZ Weimarstraat en individuele bewoners en of bewonersgroepen en ondernemers werken samen met de gemeente aan de verschillende thema's. Zoals het nadenken
over de toekomst van het gebied, opheffen van het overconcentratie gebied coffeeshops, het aantrekkelijker maken van de straten en pleinen, meer groen (geveltuinen en gemeentelijke bakken met groen, enzovoort. Bij het verbeteren van de veiligheid en
leefbaarheid worden we geholpen door een speciaal gebiedsteam van de gemeente met daarin mensen uit verschillende gemeentelijke diensten. Alhoewel er wetten, regels en allerlei andere zaken tussen droom en daad in de weg kunnen staan, is het uitgangspunt dat
we met deze samenwerking kijken naar de mogelijkheden. Maar vooral integer zijn en blijven! Zijn er al successen geboekt? Het blijft natuurlijk een kwestie van lange adem, we moeten de ingezette koers volhouden en blijven werken
aan het verbeteren van deze buurt. Maar inderdaad, langzamerhand worden enkele kleine verbeteringen zichtbaar. Zoals de vestiging van meer aantrekkelijke winkels, het vertrek van de schimmige zaakjes. Maar ook de aanleg van de verkeersplateu's en drempels
zijn een verbetering.
Gemeentelijke samenwerkingen geven teveel geld uit
Gemeentelijke samenwerkingen geven structureel te veel geld uit Regionale samenwerkingsverbanden overschrijden hun budgetten structureel met tien tot wel veertig procent.
AANDACHTSWIJKEN in grote belangstelling bij onderzoekers en beleidsmakers
NB.:Vaak worden de belangrijkste prioriteiten vergeten. Leuke dingen gaan voor en de echte aanpak doorpak van de ondermijnende criminele activiteiten worden op de achtergrond geplaatst. En weer zoveel
geld (Wijkbudgetten) verloren aan onnozele activiteiten. En het ergste is dat de professionele wijkraden en of bewonersorganisaties hierdoor gaan afhaken. Het is geen spel !!! Sociale Vraagstukken In verschillende wijken in de Hofstad lopen projecten, onderzoeken en interventies die de leefbaarheid en veiligheid
ten goede moeten komen. Los van de ongetwijfeld goede bedoelingen levert al die aandacht ook problemen op, zoals participatie-moeheid, wantrouwen jegens onderzoekers en professionals en het gevoel bij bewoners dat er alleen ‘gehaald’ wordt. Een
bewoner: ‘Het is dat Den Haag geen dierentuin heeft zeker, nemen ze ons maar…’ Bewoners aandachtswijken
voldoen niet aan de norm Een ander probleem is dat de extra aandacht onbedoeld de boodschap afgeeft dat bewoners niet aan ‘de norm’ voldoen. Als onderzoekers de wijk in trekken om uit te vinden welke behoeften bewoners hebben op het gebied
van gezondheid, sporten en bewegen, benadrukken ze niet alleen wat ‘het goede’ is om te doen, maar ook dat bewoners in aandachtswijken hiervan afwijken. Die hebben dat overigens vaak feilloos in de gaten: ‘Ik doe niet meer mee aan onderzoeken,
want ik doe het toch nooit goed volgens jullie.’ Het probleem
van normen is dat ze vaak door een kleine groep mensen - ‘de wetenden’- worden bepaald. We hebben het dan over mensen die in een (machts-)positie verkeren om te bepalen wat logisch en acceptabel is om te doen of te laten. Maar kan
één groep eigenlijk wel bepalen wat een goed leven voor alle mensen inhoudt? Nee, zegt de Amerikaanse filosoof Margaret Urban Walker, een goed leven krijgt vorm en betekenis tussen mensen en in een specifieke context.
Oftewel, we kunnen als onderzoeker of beleidsmaker er niet van uitgaan dat we weten wat gezondheid voor iemand betekent of wat een passende manier is om hier vorm aan te geven. En het opleggen van de normen van ‘de wetende’, werkt zeker averechts.
Want, wat bedacht wordt in de wereld van ‘de wetende’ mensen, staat vaak ver af van de ervaringen en behoeften in die ‘andere’ wereld. Als weten wordt geassocieerd met de norm, dan zijn mensen die afwijken van de norm onwetend.
Vandaar dat beleidsmakers of onderzoekers studenten de wijken insturen met de opdracht om iets te ontwikkelen teneinde ‘onwetende’ bewoners gezonder of fitter te maken. Het uitleggen van deze opdracht kan overigens rekenen op verbaasde reacties
bij de doelgroep: ‘Denk je dat wij niet weten wat gezond is ofzo? Denk jij echt dat wij denken dat McDonalds gezond is…?’ ‘Je hebt zeker subsidie gekregen’ Ook professionals die eropuit gestuurd
worden om de verbinding tussen de verschillende normmakers te verstevigen - de ‘verbinders’- bouwen mee aan een zogenaamd spinnenweb van normen door ‘de wetende’ mensen. Het idee achter het streven naar verbinding is goed - lijnen
korter maken en versnippering tegengaan - maar in de praktijk zijn professionals vooral bezig om het morele kader en de daaruit vloeiende normen te bestendigen. In meer poëtische bewoordingen: er wordt een normatief web boven de wijkbewoners gesponnen
waar nog enkel de bewoners in moeten worden ‘gevangen’ (niet in de laatste plaats omdat professionals dienen te voldoen aan bepaalde ‘targets’ op het gebied van burgerparticipatie). Dit laatste is vaak hetgeen wat moeilijk blijkt te
zijn: ‘hoe betrekken we bewoners?’ is een vaak voorkomende vraag in overleggen tussen de beleidsmakers en onderzoekers in de aandachtswijken. Bewoners van aandachtswijken zijn zich hiervan terdege bewust. Een vrouw op een bankje in de wijk
bijvoorbeeld gaf aan dat wij al de zoveelste onderzoekers waren die aan haar vroegen hoe haar leven is. Of een jongen van een jaar of 13 die op onze vraag naar wat hij vindt van de wijk, antwoordde: ‘Oh, je hebt zeker subsidie gekregen.’
De bevestiging van de norm en het opleggen van het sjabloon op de mensen in de wijk werkt dus niet. Ten eerste omdat het niet past bij de norm en verantwoordelijkheden zoals die in de praktijk en tussen mensen vorm krijgen en ten tweede omdat het mensen
in de wijk de boodschap geeft: ‘Wordt zoals wij, jullie doen het niet goed.’ Samen met bewoners een nieuw web spinnen We moeten anders beleid maken en onderzoek doen. Dat begint wat ons betreft met het besef dat normen ontstaan
tussen mensen en in de context waarin ze leven. Door, veel meer dan nu, ruimte te maken voor de ander -en dan vooral voor de bewoners in de aandachtswijken- kunnen we leren van de mensen zelf. Anders dreigt, zoals Tim ’S Jongers mooi verwoordt in een recente column in
de Volkskrant ‘een politiek van goede bedoelingen ervaren te worden als opdringing van het goede leven.’ Dit gaat over echt samenwerken, wat volgens ons is: beter luisteren, kijken en van de ander leren. Niet: de ander
op jezelf te willen laten lijken door de zoveelste interventie, voorlichting of normatieve vragenlijst. Onderzoek en beleid die daarop aansluiten, vereisen dat ‘wetende’ mensen zich realiseren dat hun normen dominant en waarschijnlijk niet passen
zijn bij de praktijk. En dat wijkbewoners zelf goed weten wat er nodig is omdat ze weten hoe normen in de wijk betekenis en vorm krijgen. Dit betekent: minder goede bedoelingen opleggen (interventies, voorlichtingen, met een ‘groot’ onderzoeksdoel
de wijk in trekken, wijken willen verbeteren/gezonder maken, groepen studenten met vragenlijsten de wijk in sturen, initiatieven over nemen), en meer serieus luisteren naar de mensen uit de wijk en alleen meehelpen als daar behoefte aan is. Laten we
vooral meer nieuwsgierig zijn naar de ander en op een respectvolle manier van de mensen in aandachtwijken gaan leren en samenwerken. Dat is de aandacht die mensen verdienen. Marieke Breed & Fenna van Marle zijn respectievelijk
onderzoeker van het lectoraat Public Governance en het lectoraat Impact of Sport van De Haagse Hogeschool
Stadszaken - Gebiedsgericht werken
In zes stappen werken aan een gebiedsgerichte aanpak Link: https://stadszaken.nl/artikel/3263/in-zes-stappen-werken-aan-een-gebiedsgerichte-aanpak
De gebiedsgerichte aanpak is terug van weggeweest. Steeds meer gemeenten werken gebieds- of opgavegericht. Actuele opgaven rond verduurzaming, verstedelijking, vergrijzing en ondermijning komen samen in wijken. Sectoraal beleid
is dus niet langer alleen toereikend om een bepaalde mate van leefbaarheid in kwetsbare gebieden te garanderen. Platform31 formuleert zes tips voor een succesvolle gebiedsgerichte aanpak. Gemeenten en het Rijk richten
hun pijlen weer op het verbeteren van de leefbaarheidssituatie in kwetsbare wijken. Al langer zetten gemeenten hun organisatiekracht in op specifieke gebieden. Recent investeert ook het Rijk 450 miljoen in 16 stedelijke vernieuwingsgebieden. Daarmee lijkt
de gebiedsgerichte aanpak terug van weggeweest. Vanaf het eind van de 20e eeuw investeerden overheden en woningcorporaties bijna twee miljard euro in stedelijke vernieuwing, maar onder druk van de economische
crisis en een andere politieke wind werd het beleid voor kwetsbare wijken in 2012 afgebouwd. Voortaan zouden wijkaanpakken decentraal worden geregeld. Nu, acht jaar later, kan geconstateerd worden dat het terugtreden van de overheid de leefbaarheid in kwetsbare
gebieden niet ten goede is gekomen. De destijds woedende crisis heeft extra hard huisgehouden in meerdere ‘krachtwijken’ die ‘prachtwijken’ moesten worden. Governancevraagstuk De
wedergeboorte van de gebiedsgerichte aanpak is een reactie op decentralisatie, de groeiende ongelijkheid tussen ‘goede’ en ‘slechte’ wijken en de opkomst van nieuwe beleidsopgaven als de energietransitie, klimaatadaptatie en ondermijnende criminaliteit, die landen op wijkniveau. Daarin onderscheidt de moderne wijkaanpak zich van de grootschalige
aanpakken van weleer. In het verleden lag de nadruk vooral op fysiek ingrijpen, bijvoorbeeld met herstructurering van het woningbestand of verbetering van de kwaliteit van de openbare
ruimte. Anno 2020 is er veel meer aandacht voor het sociale aspect Het bredere perspectief maakt de gebiedsgerichte aanpak bij uitstek een governancevraagstuk. Bij het verbinden van fysieke en sociale opgaven hebben
gemeenten, de corporaties, het onderwijs, de politie, maatschappelijk werk en zorginstellingen allemaal een rol. Nu sluit het Rijk aan. Het brede palet aan partijen dwingt gemeenten tot het verkennen van nieuwe werkwijzen. Beleidsontwikkeling en financiering
moeten integraal worden benaderd, met een breed palet aan maatschappelijke partners. Recent toont ook het Rijk haar interesse als samenwerkingspartner op gebiedsgerichte aanpak van kwetsbare wijken. Vier gemeenten, vier aanpakken Maar, hoe doe je dat dan precies?
In de publicatie ‘Werken aan opgaven in de wijk’ analyseert Platform31 de gemeentelijke organisatiemodellen van de gemeenten Assen (Mijn Buurt Assen),
Enschede (Stedelijke Investeringsafweging en Dynamische Investeringsagenda), Groningen (Wijkvernieuwing 3.0) en Rotterdam (Nationaal Programma Rotterdam Zuid). Hoe de gemeenten aan ‘hun’ wijken werken, verschilt sterk. Elke organisatievorm heeft
eigen sterke en zwakke kenmerken. Zie onderstaande tabel voor een volledig overzicht van de verschillende aanpakken en hun kenmerken Mirjam Fokkema, projectleider bij Platform31 en één van de auteurs van
het onderzoek: ‘Het Nationaal Programma Rotterdam Zuid is heel strak georganiseerd, met een brede coalitie van partners. Maar dat wil niet zeggen dat elke gemeente het zo moet doen. In Assen is de organisatiestructuur bijvoorbeeld een stuk informeler,
maar doordat alle betrokken bestuurders zich wel bewust zijn van de urgentie van de opgaven, worden resultaten bereikt.’ Bron: Platform31 Platform31 concludeert dat voor een gebiedsgericht
organisatiemodel geen blauwdruk bestaat. De organisatie-, beleids- en bestuurscultuur van de onderzochte gemeenten werkt door in de invulling van de gebiedsgerichte werkwijze. Ook politiek-ideologische motieven spelen een rol in de inkleuring van een gebiedsgericht
organisatiemodel. Bovenal is gebiedsgericht werken mensenwerk. Instituties, regels en organisatieverbanden zijn slechts een hulpmiddel; het gaat om de mensen die het invullen en uitvoeren. In de beginfase vraagt dit
om slagvaardige ambtenaren die ‘buiten de lijntjes’ durven te kleuren. Gemeenten moeten deze medewerkers handelings- en experimenteerruimte geven om een succesvolle gebiedsgerichte werkwijze tot stand te brengen. Wat
nodig is voor welke wijk, verschilt sterk. De gebiedsgerichte aanpak is maatwerk. Met die gedachte in het achterhoofd, formuleert Platform31 een zestal ‘lessen en bouwstenen’ voor andere gemeenten die gebiedsgericht aan de slag willen, waarbij
ruimte is voor lokale nuances. - Een gebiedsgerichte werkwijze start met een breed gedragen gevoel van urgentie. Wat die urgentie is, verschilt sterk per wijk,’ zegt Fokkema. ‘Soms kan een incident, zoals de dreigende
sluiting van een wijkgebouw, aanleiding zijn tot actie. Dit gebeurde in de Enschedese wijk Twekkelerveld. In een ander geval kan het een bredere trend zijn, zoals de achteruitgang van de leefbaarheid.’
- Gebiedsgericht maatwerk betekent
keuzes maken: niet elke wijk krijgt hetzelfde beleid. Een datagedreven afwegingskader helpt daarbij.
- Klein beginnen is een sleutel tot succes. ‘Probeer niet om tien opgaven in één keer op te lossen,’ benadrukt
onderzoeker Fokkema. ‘Begin er met één of twee, en breidt vanaf daar uit.’ Een aanpak op het ene beleidsterrein kan ook een impuls geven aan andere beleidsterreinen. Zo begon de wijkaanpak in Groningen met een nadruk op verduurzaming.
Later werd die opgave gekoppeld aan sociale doelen. In Rotterdam Zuid begon de aanpak met een focus op werken en leren, die later werd uitgebouwd naar wonen en veiligheid.
- Een gebiedsgerichte werkwijze gedijt bij een overzichtelijk en
slagvaardig kernteam met veel eigen verantwoordelijkheid. Liever een slagvaardige en wendbare overheidsorganisatie dan logge bureaucratische machines. Het aantal betrokken partijen kan uitbreiden zodra de basis is gelegd.
- Het verbeteren
van de leefbaarheid in wijken kost meer tijd dan één bestuurstermijn. Voor continuïteit qua beleid en partnersamenwerking is bestuurlijk lef nodig. Fokkema noemt Groningen als goed voorbeeld van hoe je lange een adem garandeert. ‘Het
vorige college legde de basis door vier prioriteitswijken aan te wijzen. Het nieuwe college kon in 2019 meteen uit de startblokken met een uitvoeringsprogramma. In 2020 schoof ook het Rijk aan bij de wijkvernieuwing in de wijk Selwerd.’
- Vind balans in de samenwerking: integraal werken vereist afstemming, maar iedereen overal bij betrekken leidt tot vertraging. Fokkema: ‘De kunst is dat je van elkaar weet wat er speelt in een wijkaanpak en daarbij de juiste dwarsverbanden legt.’
MEER AANDACHT VOOR MISDAAD BIJ WIJKAANPAK!!!
Gebrek aan aandacht voor misdaad in wijkaanpak Georganiseerde criminaliteit belemmert de aanpak van aandachtswijken. In deze gebieden kan de criminele wijkeconomie bloeien en blijven misdaadplegers onder de radar, ondanks intensieve gemeentelijke
inspanningen om de wijk leefbaar te maken en kansen te bieden aan probleemjongeren. In sommige wijken worden jaarlijks honderden miljoenen euro’s crimineel geld omgezet. Voedingsbodem voor criminele activiteiten
Dat blijkt uit het onderzoek Wijkenaanpak en Ondermijnende Criminaliteit van Tilburg University en de Politieacademie
in opdracht van de ministeries van Binnenlandse Zaken en Veiligheid en Justitie. In vier – anoniem gemaakte – steden (twee in de Randstad, twee grenssteden) keken de onderzoekers of voor een succesvolle wijkenaanpak meer aandacht nodig is voor
georganiseerde misdaad dan tot nu toe het geval is geweest. Het antwoord daarop is: ja. “Door opeenstapeling van problemen in kwetsbare wijken is er een voedingsbodem voor criminele activiteiten. Aanpak daarvan vergt een gebiedsgerichte benadering, waar
criminaliteitsbestrijding integraal onderdeel van uitmaakt”, aldus de conclusie. 'Schoon, heel en veilig' is niet genoeg Anders gezegd: het beleid van ‘schoon, heel en veilig’ en projecten
om probleemjongeren een betere kans op onderwijs en werk te bieden is niet genoeg. Sterker nog, criminele groepen blijken goed te gedijen in aandachtswijken; als de grootste sociale problemen zijn opgelost, verschuift de aandacht van gemeente, politie en corporaties
naar andere plekken. Criminaliteit breed vertakt in de wijk Aanleiding voor het onderzoek was een signaal in het rapport van de Visitatiecommissie Wijkaanpak (onder leiding van Wim Deetman) in 2010, over de onverklaarbare
terugval in sommige straten of wijken die onder de wijkaanpak vallen. In dat rapport wordt het vermoeden uitgesproken “dat er sprake zou kunnen zijn van criminele elementen, die greep op de wijk hebben en daarmee ‘normale’ vooruitgang belemmeren”.
Het onderzoek bevestigt nu dat georganiseerde criminaliteit is vertakt en verbonden met het alledaagse leven in de onderzochte wijken. Het gaat dan om bijvoorbeeld drugshandel, heling, prostitutie, illegale arbeid, maar ook georganiseerde uitkeringsfraude.
Honderden miljoenen in criminele wijkeconomie Het probleem is op gemeenteniveau lange tijd onderschat,
volgens de onderzoekers. Ten onrechte: “Georganiseerde misdaad is een groot en reëel maatschappelijk probleem in kwetsbare wijken. Er wordt zeer veel crimineel geld omgezet: honderden miljoenen op jaarbasis, waarschijnlijk meer. In sommige wijken
of buurten is waarschijnlijk meer crimineel geld dan legaal geld aanwezig. In financiële termen leidt dat tot een omkering van machtsverhoudingen: criminelen beschikken over meer budget dan de organisaties van het veiligheidsnetwerk die geacht worden
tegen hen op te treden.” Over wie de misdaden pleegt, schetst het onderzoek een heterogeen beeld. “Jonge Marokkanen zijn erg zichtbaar aan de onderkant van georganiseerde misdaad (ook territoriaal geweld)
en ook in hogere segmenten met zwaar geweldsprofiel. De minder zichtbare maar wel zeer reële en omvangrijke criminaliteit vinden we vooral onder autochtonen of Turken.” Gebiedsgerichte
aanpak niet effectief tegen misdaad Ondermijnende misdaad vergt een andere aanpak, staat in het rapport. Bestaande persoon- of gebiedsgerichte aanpakken krijgen geen greep op criminele circuits. Veel inspanningen zijn gericht op klassieke problematische
jeugdgroepen; daar ontbreekt aandacht en expertise ten aanzien van jeugdgroepen die doorgroeien naar de georganiseerde misdaad. Omgekeerd kan criminaliteitsbestrijding niet duurzaam succesvol zijn, zonder tegelijkertijd sociale, economische en maatschappelijke
perspectieven te ontwikkelen. Wijkenaanpak en de aanpak van ondermijnende criminaliteit zijn twee kanten van dezelfde medaille, luidt dan ook de conclusie van het onderzoek. Hoewel beide thema’s de laatste decennia veel aandacht kregen, stonden ze tot
nu toe bij de overheid en in het officiële beleid niet dicht bij elkaar. De opbouw van de Regionale Informatie en Expertise Centra (RIEC’s) biedt vandaag de dag wel meer kansen dan in het verleden. En politie en justitie zijn in samenwerking
met gemeenten bezig om de aanpak van ondermijnende criminaliteit te concretiseren, aldus de onderzoekers. Samenhang ontbreekt al halve eeuw Dat wijkenaanpak en criminaliteitsbestrijding niet eerder in samenhang
zijn opgepakt, is volgens de onderzoekers wel te verklaren. Het beleid om probleemwijken aan te pakken – dat al sinds de jaren vijftig bestaat – gaat uit van de gedachte dat achterstand wordt veroorzaakt door de omstandigheden waarin mensen leven,
en met name door een gebrek aan kansen op sociale stijging. Het idee bestond dat de aanpak van georganiseerde criminaliteit in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van politie en Openbaar Ministerie was. Bovendien zou de voedingsbodem ervoor verdwijnen
met de gestage uitbouw van het wijkenbeleid. Dat blijkt in de onderzochte steden dus niet overal op te gaan.
|
|
 |
|
|
|